Vergezichten
zat. 28 nov. 20u
& zon. 29 nov. 15u
Programma
Felix Mendelssohn Die Hebriden
Antonín Dvořák Tsjechische suite
Ludwig van Beethoven Symfonie no. 1
FOH laat in 'vergezichten' horen hoe muziek telkens een nieuwe horizon opent: bij Beethoven, Mendelssohn en Dvořák ieder op een eigen manier.
Concertprogramma o.l.v. Lex Bergink
Felix Mendelssohn - Die Hebriden
Mendelssohn schreef 'Die Hebriden', ook bekend als Fingal’s Cave, na een reis naar Schotland in 1829. De ruige kust, de zee en de grot op het eiland Staffa maakten veel indruk op hem. In de muziek hoor je geen letterlijk verhaal, maar vooral de sfeer van die plek: golven, wind, donkere kleuren en een horizon die steeds verschuift. Een muzikaal vergezicht, waarin de golven blijven stromen en het einde nooit echt in zicht komt.
Antonín Dvořák – Tsjechische Suite
In Dvořáks Tsjechische Suite ligt het vergezicht dicht bij huis. Geen verre zee of ruige kust, maar de klank van Bohemen: dansritmes, eenvoudige melodieën en een warme, landelijke sfeer. Dvořák kijkt niet weg van zijn afkomst, maar haalt die juist naar voren. Zo opent ook dit werk een horizon: één die begint bij de eigen grond.
Ludwig van Beethoven - Symfonie nr. 1
Rond deze eerste symfonie stond Beethoven persoonlijk op een kantelpunt. Hij woonde al enkele jaren in Wenen en had naam gemaakt als pianist en componist, maar een symfonie schrijven was voor hem een nieuwe stap. Hij wachtte daarmee tot rond zijn dertigste. In deze symfonie klinkt Beethoven nog klassiek, maar zijn eigenzinnigheid klopt al duidelijk op de deur. Dat hoor je bijvoorbeeld in de verrassende opening en in het menuet, dat eigenlijk al vooruitwijst naar het latere scherzo.
